|
DE AVONDVIERDAAGSE
De avondvierdaagse vormt binnen de wandelsport, dus ook binnen
de Oostelijke Wandelsport Bond het element dat, naast de grote vierdaagsen,
de meeste belangstelling trekt. In het eerste oorlogsjaar op bescheiden
schaal begonnen in enkele plaatsen in Utrecht en Noord-Holland,
is de avondvierdaagse nu uitgegroeid tot een gebeuren dat zich in
bijna alle plaatsen afspeelt en jaarlijks enkele honderdduizenden
deelnemers wandelplezier biedt.
De avondvierdaagse werd uitgevonden in de Sticht Gooise Wandelsport
Bond (SGWB), in het voorjaar van 1940. In dit eerste bezettingsjaar
leek het doorgaan van de Vierdaagse van Nijmegen uiterst twijfelachtig
(later kwam er nog wel een "Noodvierdaagse'). De SGWB bekeek
hoe de wandelaars toch iets geboden zou kunnen worden en met de
woorden "Als we dan geen vier dagen kunnen wandelen, laten
we het dan vier avonden doen', liet toenmalig SGWB-penningmeester
D.C. v.d. Horst het verschijnsel avondvierdaagse ontstaan. Nog datzelfde
jaar waren er de eerste avondvierdaagsen, namelijk in Utrecht, Amersfoort
en Bussum, later in het jaar nog gevolgd door Amsterdam, Haarlem
en Zaandam.
Het was het begin van een "epidemie', die zich in snel tempo
over het land verspreidde, vooral na de oorlog. In 1941 was er al
in 21 plaatsen een avondvierdaagse, in 1946 (toen na het wandelverbod
eindelijk de derde editie kon volgen) in 48 plaatsen. In 1991 kenden
alleen al de acht binnen de Nederlandse Wandelsport Bond verenigde
regionale bonden (waaronder de OWB) in 207 plaatsen een avondvierdaagse,
met in totaal meer dan 220.000 deelnemers.
Binnen de op 6 januari 1953 opgerichte afdeling Oost van de Nederlandse
Wandelsport Bond kreeg de avondvierdaagse direct al veel aandacht.
Tijdens de officiële installatie van de afdeling op 23 januari
1954 werd al afgesproken dat het bestuur ten spoedigste de nodige
voorbereidingen voor het organiseren van avondvierdaagsen zou treffen.
Enkele weken later, op zaterdag 13 maart, volgde in Deventer al
een bespreking van de NWB met de centrale en plaatselijke regelingscommissies
in het Oosten. In hoeveel plaatsen dat jaar de avondvierdaagse werd
gelopen is niet meer na te gaan, wel werd gemeld dat de avondvierdaagse
in Winterswijk, georganiseerd door wsv De Hazewind, een tegenvallende
deelname had, met ongeveer zestig wandelaars.
In 1955 had de avondvierdaagse in de afdeling Oost in diverse plaatsen
zeer veel concurrentie het hoofd te bieden, zo werd gemeld in het
Nederlands Wandelsport Blad. Toch steeg het aantal deelnemers van
603 in 1954 tot ongeveer duizend, "en dat terwijl in enkele
plaatsen min of meer gelijktijdig andere avondvierdaagsen waren
georganiseerd'.
In 1956 bevonden zich onder de meer dan 50.000 avondvierdaagsewandelaars
in Nederland er 1384 uit de afdeling Oost, een leuke toename ten
opzichte van het voorgaande jaar. Alleen in Deventer, waar het evenement
door omstandigheden een week later werd georganiseerd dan elders,
liep het deelnemersaantal iets achteruit. Op de woensdag van die
week waren er namelijk Kamerverkiezingen en die weerhielden die
dag zeer velen van starten. De avondvierdaagse in Winterswijk groeide
en Apeldoorn schreef, evenals Kampen, ruim honderd personen meer
in.
Het jaar daarop liep de deelname in de afdeling Oost terug tot
zo'n 1200. In bijna alle plaatsen bleef het aantal deelnemers onder
dat van 1956, behalve in Apeldoorn, dat groeide van 100 naar 346.
De deelname in andere plaatsen: Deventer 81, Emmeloord 335, Wapenveld
62, Olst 27, Kampen 208, Winterswijk 34. Het Nederlands Wandelsport
Blad tekende bij deze cijfers aan: "De in het Oosten heersende
concurrentie tussen de vele bonden zal een groots opgezette propaganda-actie
volgend jaar noodzakelijk maken. Anders zal men nooit die successen
bereiken die in de andere afdelingen behaald worden. We veronderstellen
echter dat het dieptepunt bereikt is en ook dit onderdeel van de
wandelsport, evenals de andere in deze afdeling, zich in opgaande
lijn zullen gaan bewegen. Apeldoorn blijft het goede voorbeeld geven'.
De groei zette hierna blijkbaar in, want in 1962 werd gemeld dat
er in Apeldoorn 750 deelnemers waren, in Kampen 410, in Emmeloord
597 en in Epe 196.
In Ens werd dat jaar voor de eerste maal een avondvierdaagse georganiseerd.
Daarvan ging voor de wandelsport zoveel propaganda uit, dat de Kamper
wandelsportvereniging SOS er later dat jaar ook een gewone wandeltocht
organiseerde. "De parkoersen zijn hier - in tegenstelling tot
menige andere wandeltocht - vrij eentonig door de lange rechte wegen,
maar er is door de deelnemers wel genoten', liet de OWB, zoals de
afdeling Oost inmiddels was gaan heten, weten.
Na de avondvierdaagse 1963 werden er binnen de OWB 3347 persoonlijke
en 143 groepsherinneringen uitgereikt. In 1964 waren er avondvierdaagsen
in Apeldoorn, Kampen, Emmeloord, Epe, Ens, Dronten, Nunspeet, De
Vecht en Terwolde. In 1965 kwam Enschede erbij; hier werd toen voor
het eerst sinds lange tijd weer een avondvierdaagse gehouden. De
deelname ging in 1965 weer met sprongen vooruit. Apeldoorn bijvoorbeeld
kon 800 wandelaars meer begroeten dan in '64.
In 1966 was er weer een kleine terugval, vooral door de resultaten
in Apeldoorn. In totaal liepen dat jaar binnen de OWB 7728 personen
de avondvierdaagse.
Een jaar later waren de cijfers veel positiever, met een totaal
van 8212 deelnemers, in 1968 was er, ondanks het feit dat de organisatoren
in vele plaatsen met slecht weer hadden te kampen, een verdere stijging,
naar 8889 deelnemers. In 1969 was er een toename met 881 deelnemers
tot een totaal van 9780, onder meer dankzij het feit dat Olst (185
deelnemers) weer een avondvierdaagse had en de mogelijkheid in Hattem
dit evenement onder de OWB-vlag te houden, hetgeen weer 416 deelnemers
meer betekende.
De deelnamecijfers aan het eind van de zestiger jaren waren:
| |
1965 |
1966 |
1967 |
1968 |
1969 |
| Kampen |
975 |
1075 |
1236 |
1367 |
1478 |
| Emmeloord |
1757 |
1650 |
197 |
2020 |
1803 |
| Apeldoorn |
2300 |
1775 |
2018 |
1959 |
1996 |
| Nunspeet |
1450 |
1185 |
933 |
1024 |
1023 |
| Ens |
220 |
250 |
278 |
284 |
206 |
| Epe |
675 |
785 |
814 |
897 |
1073 |
| Dronten |
350 |
450 |
412 |
636 |
900 |
| De Vecht/Terwolde |
275 |
480 |
411 |
603 |
594 |
| Enschede |
75 |
78 |
132 |
90 |
108 |
| Olst |
-- |
-- |
-- |
-- |
185 |
| Hattem |
-- |
-- |
-- |
-- |
416 |
In de loop van de zeventiger jaren werd het aantal plaatsen waar
de avondvierdaagse onder auspiciën van de OWB werd gehouden
fors uitgebreid. Plaatsen als Biddinghuizen, Swifterbant, Nagele,
Deventer (gezamenlijke organisatie met de NUW), Vroomshoop, Lelystad
en 't Harde kwamen er bij, Hattem en Olst verdwenen weer van de
lijst.
In 1975 kreeg de OWB er in drie plaatsen een avondvierdaagse bij:
Hoenderloo (waar 251 deelnemers kwamen opdagen), Kraggenburg (331)
en Urk (351).
In Dronten kwam het deelnemerstal voor het eerst boven de duizend
en Kampen, een plaats met nog geen 30.000 inwoners boekte een record:
liefst vijftien procent van de bevolking (ofwel 4539 zielen) liep
de avondvierdaagse mee. De avondvierdaagse werd hier door OWB en
NUW gezamenlijk georganiseerd.
In 1975 trokken de OWB-avondvierdaagsen gezamenlijk 14.338 deelnemers,
ofwel een stijging ten opzichte van 1974 met liefst twintig procent.
Een jaar later kwamen er ruim elfhonderd wandelaars meer, wat het
totaal bracht op 15.493. In 1977 kwamen Twello en Vaassen erbij,
het aantal OWB-avondvierdaagsen op negentien brengend. In Twello
verschenen 385 deelnemers aan de start, in Vaassen 226. Daarnaast
ging het erg goed in IJsselmuiden, met over de tweeduizend deelnemers,
Deventer (1200) en Kampen, met een nieuw deelname-record van 4800.
In totaal steeg de score met ruim drieduizend tot 18.654 deelnemers.
In 1978 daalde dit aantal tot 17.916, mede omdat de avondvierdaagse
in Nunspeet vanwege een polio-epidemie op last van de burgemeester
eerst van het voorjaar werd uitgesteld tot augustus en daarna definitief
werd afgelast. Ijsselmuiden, tot dan samen met Kampen de avondvierdaagse
afwerkend, organiseerde het wandelevenement dit jaar voor het eerst
zelfstandig. In totaal gingen er nu twintig OWB-avondvierdaagsen
wel door: behalve in Ijsselmuiden in De Vecht (277 deelnemers),
Hoenderloo (198), Swifterbant (934), Vroomshoop (1100), Kampen (samen
met Ijsselmuiden 3250), Biddinghuizen (621), Urk (615), Twello (300),
't Harde (318), Nagele (125), Lelystad (1635), Deventer (666), Ens
(425), Emmeloord (2033), Dronten (1268), Apeldoorn (2255), Kraggenburg
(280), Epe (1283) en Vaassen (333).
In 1979 nam het aantal verder toe, mede dankzij de eerste avondvierdaagse
in Heerde-Wapenveld. Met 724 deelnemers was het een geslaagde première.
In Nunspeet betekende de onderbreking van 1978 geen teruggang, want
ditmaal waren er 1234 deelnemers. De meeste plaatsen boekten dit
jaar een vooruitgang in het aantal deelnemers, Apeldoorn en Lelystad
zelfs respectievelijk 500 en 400. Het totaal binnen de OWB kwam
terecht op 22.384, een winst van ruim vierduizend.
In de eerste helft van de tachtiger jaren bleef de animo voor de
avondvierdaagsen nog flink toenemen. In 1980 was er een winst van
1794 deelnemers. In Twello werd dit jaar weliswaar geen avondvierdaagse
meer gehouden, maar Wezep was nieuw op de lijst en maakte, met 670
deelnemers, een goed debuut. Lelystad boekte een winst van maar
liefst 500 deelnemers en kwam met 2600 wandelaars op het niveau
van Kampen en werd alleen nog overtroffen door Apeldoorn, met 2901
deelnemers, een winst van 123.
Een jaar later was de avondvierdaagse opnieuw bijzonder succesvol,
met een deelnamestijging van 2758. In de meeste plaatsen bleef het
aantal wandelaars ongeveer gelijk, met enkele positieve uitschieters:
Lelystad plus 500, Apeldoorn plus 690, Vaassen plus 214 en Wezep
plus 484. Lelystad was hiermee de grens van drieduizend deelnemers
gepasseerd. Apeldoorn bereikte een record met 3591. In Twello werd
een nieuwe start gemaakt met de avondvierdaagse en met succes, want
er verschenen 768 deelnemers aan de start. In totaal had de OWB
nu 26.936 avondwandelaars.
In 1982 viel de avondvierdaagse in Vroomshoop weg voor de OWB.
In deze plaats was namelijk een wandelsportvereniging opgericht
die zich aansloot bij de NUW. Deze vereniging nam de organisatie
van de avondvierdaagse over. Daar stond tegenover dat in Beekbergen
een avondvierdaagse van de grond kwam, die bij haar première
255 starters trok.
Ook in Zeewolde, in het nog prille Zuidelijk Flevoland ontstond
een avondvierdaagse. Deze -op dat moment- jongste plaats van Nederland
valt eigenlijk in het gebied van de SGWB, maar kon daar niet zo
snel in het schema worden ingepast. Bij de OWB waren er wel mogelijkheden.
In twee maanden was de organisatie rond. In 1983, zo werd afgesproken,
zou een gesprek over Zeewolde volgen tussen SGWB en OWB. De organisatie
in Zeewolde liet echter al weten graag bij de OWB te willen blijven.
Het eerste avondlijke wandelfestijn in de polderplaats trok 152
deelnemers.
De OWB had nu 24 avondvierdaagsen. Het snel groeiende Lelystad
bleek dit jaar over 4450 wandelaars te beschikken (1300 meer dan
een jaar eerder), waarmee het direct met afstand de grootste avondvierdaagse
binnen de OWB was geworden.
Via een uitgever in Doetinchem werd in een aantal plaatsen een
avondvierdaagsekrantje verzorgd. Voor de bond, zo was in het vooruitzicht
gesteld, zou dit een financieel meevallertje worden. Dat werd het
echter niet: de uitgever ging failliet.
In 1983 was opnieuw Lelystad de plaats met de grootste stijging:
600 man, waarmee het totaal hier kwam op 5050. Mede dankzij Lelystad
werd de lichte achteruitgang van 1982 weer in een stijging omgezet.
Er waren nu 27.754 deelnemers, 1030 meer dan een jaar eerder. Met
dit totaal nam de OWB de tweede plaats in op de ranglijst van de
bij de NWB aangesloten regionale bonden. Tijdens de halfjaarlijkse
ledenvergadering in oktober in Apeldoorn sprak voorzitter J.M. Achterkamp,
de deelnamecijfers van de avondvierdaagsen bekijkend, de hoop uit
dat over enkele jaren de magische grens van 30.000 zou worden gepasseerd.
In 1984 was het overigens nog lang niet zover. Integendeel, er
moest een verlies van bijna tweeduizend deelnemers worden geïncasseerd.
Zelfs Lelystad zat, met een groei van slechts 110, ver van de sterk
opgaande lijn van de voorgaande jaren af. De vijfentwintigste plaats
met een avondvierdaagse onder auspiciën van de OWB werd in
dit jaar Hulshorst. Een zeer kleine avondvierdaagse met niet meer
dan negentien deelnemers.
De firma Blue Band voerde in deze jaren actie tijdens de avondvierdaagsen.
De kinderen kregen een (reclame)petje en een toegangskaartje voor
een dierentuin. Overigens bleek de actie niet in alle plaatsen even
goed te verlopen.
De achteruitgang was van korte duur, want in 1985 waren er al weer
ruim elfhonderd deelnemers meer, het totaal brengend op 26.800.
Vooral Lelystad kende nu weer een explosieve groei. Hier ging het
aantal wandelaars met meer dan duizend omhoog van 5160 naar een
recordhoogte van 6238. Een jaar later was er in Lelystad voor het
eerst een lichte teruggang (naar 6150), al was er in de gehele OWB
een toename, naar 27.119. En dat ondanks het niet doorgaan van het
evenement in Twello.
In Apeldoorn bestonden naast elkaar twee avondvierdaagsen: die
onder auspiciën van de OWB, georganiseerd door de in het Apeldoorns
Wandelcomité samenwerkende OWB-verenigingen, en die van de
NUW-verenigingen. Op 21 maart 1987 werd, tijdens de OWB-jaarvergadering,
de hoop uitgesproken dat beide organisaties tot overeenstemming
zouden komen. Als voorbeeld werden genoemd Kampen en Deventer, waar
OWB en NUW al jarenlang tot ieders tevredenheid samenwerkten bij
het jaarlijkse wandelevenement.
Twee nieuwe avondvierdaagsen telde de OWB in 1987: Marknesse (371
deelnemers) en Aadorp in gemeente Vriezenveen (161). Er werd ditmaal
dus in 26 plaatsen gelopen. Het aantal deelnemers steeg weer, met
474 naar 27.593. In Lelystad was er een daling naar 5732, een jaar
later naar 5271. Toch was er binnen de gehele OWB in 1988 een toename,
met 343 naar 27.936, een recorddeelname, ondanks het feit dat er
in diverse plaatsen te kampen was met regen op de eerste avonden
en veel avondvierdaagsen ditmaal concurrentie ondervonden van het
Europees kampioenschap voetbal. Twello kwam terug in de lijst, met
318 deelnemers.
Met het record aantal avondvierdaagsewandelaars nam de OWB de vierde
plaats in op de lijst van regionale bonden. Het laatste van de tachtiger
jaren zag een lichte daling (naar 27.427 deelnemers), ook al omdat
de avondvierdaagse in Hoenderloo verdween en de deelname in Lelystad
daalde tot net onder de vijfduizend.
In 1990 viel ook Aadorp af. Mede door de concurrentie van het wereldkampioenschap
voetbal was er een lichte teruggang in deelnemertal te bespeuren:
met 251 naar 27.176.
Het jaar daarop was het in de avondvierdaagseperiode erg slecht
weer. Dat betekende minder deelnemers in elf plaatsen (variërend
van min twee tot min 601). In dertien plaatsen was er een stijging,
maar dit maakte het verlies niet goed. De balans bleef steken op
min 414, het totaal op 26.762.
In 1992 tenslotte viel het aantal deelnemers terug tot 25.629. Het
Europees kampioenschap voetbal, in een aantal plaatsen slecht weer
en het wegblijven van diverse scholen waren de oorzaken. In Lelystad
daalde het aantal wandelaars tot juist onder de vierduizend, waarmee
de polderhoofdstad nog wel steeds de grootste avondvierdaagse heeft
binnen de OWB, gevolgd door Kampen (bijna 3500) en Apeldoorn (3000).
|